cranio-sacraal

Cranio-sacraaltherapie

Cranio-sacraaltherapie is ontstaan vanuit de osteopathie, die er van uit gaat, dat vele aandoeningen gunstig beïnvloed kunnen worden door manipulatie van het skelet en de gewrichten.

In 1930 ontdekte de Amerikaanse osteopaat William Sutherland, dat de beenderen van de schedel enige beweeglijkheid ten opzichte van elkaar vertoonden. Tot dan toe werd algemeen aangenomen dat de beenderen van de schedel vergroeiden tot één geheel.

Veel later, in de jaren 70, ontdekte de Amerikaanse arts/osteopaat John Upledger tijdens een hersenoperatie dat de hersenvliezen in een bepaald ritme bewogen. Hij ontdekte verder dat je door op verschillende punten lichte druk uit te oefenen, het ritme van de vloeistof van de hersenvliezen gunstig kon beïnvloeden en zo het lichaam weer in balans kon brengen.

Upledger combineerde zijn bevindingen met die van Sutherland en breidde de osteopathie uit met het cranio-sacrale systeem. Later groeide het behandelen van het cranio-sacrale systeem uit tot een afzonderlijke therapie, cranio-sacraaltherapie.